{"id":255,"date":"2026-06-15T17:25:11","date_gmt":"2026-06-15T16:25:11","guid":{"rendered":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/?p=255"},"modified":"2026-06-15T17:25:11","modified_gmt":"2026-06-15T16:25:11","slug":"kunst-als-in-een-spiegel","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/2026\/06\/15\/kunst-als-in-een-spiegel\/","title":{"rendered":"Kunst, als in een spiegel"},"content":{"rendered":"\n<figure class=\"wp-block-image size-full\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"440\" height=\"613\" src=\"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/wp-content\/uploads\/2026\/06\/cover-BELL-Spiegel-van-de-wereld.webp\" alt=\"\" class=\"wp-image-256\" srcset=\"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/wp-content\/uploads\/2026\/06\/cover-BELL-Spiegel-van-de-wereld.webp 440w, https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/wp-content\/uploads\/2026\/06\/cover-BELL-Spiegel-van-de-wereld-215x300.webp 215w\" sizes=\"auto, (max-width: 440px) 100vw, 440px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In zijn steeds weer herziene en door vele generaties bestudeerde kunstgeschiedenis <em>Eeuwige schoonheid <\/em>mijmert E.H. Gombrich aan het slot: \u201cis het niet die voortdurende noodzaak van herziening, die het bestuderen van het verleden zo opwindend maakt?\u201d Misschien is het niet toevallig dat het geen academisch kunsthistoricus is, maar een schilder en academieleraar, Julian Bell, die het ruim een halve eeuw na <em>The Story of Art <\/em>aandurft in zijn eentje een nieuwe geschiedenis van de beeldende kunst te schrijven. <br><br>Hij wil oog hebben voor de niet-westerse kunst en aantonen hoe de veranderingen in de kunst samenhangen \u201cmet de archieven van maatschappelijke, technologische, politieke en godsdienstige veranderingen, hoe omgekeerd of aangepast die weerspiegelingen ook mogen blijken\u201d. <em>Spiegel van de wereld <\/em>(Athenaeum\u2013Polak &amp; Van Gennep) laat je niet alleen kijken naar hoe de kunst de werkelijkheid weerspiegelde en vertekende. Het boek toont vooral hoe verschillend de vormen en functies van kunst in de loop der tijden zijn geweest. Meermaals doet het je zelfs twijfelen aan de zin van de klassieke chronologie, omdat het je confronteert met de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige.<br><br>Anders dan veelal wordt gedacht, is \u2018natuurgetrouwheid\u2019 geen wezenlijke, maar slechts een voorbijgaande fase in de kunstgeschiedenis. Voorbereid door de fresco\u2019s van Giotto, gaan in de 14<sup>e<\/sup> en 15<sup>e<\/sup> eeuw in Noord-Europa en Itali\u00eb de vensters open en komt de zichtbare werkelijkheid zoals we die met onze perspectivische blik waarnemen, de kunst binnen. Maar tegelijk blijkt hoe relatief het begrip realisme is: schilders geven niet weer wat ze om zich heen zien, maar construeren omgevingen waarin gewenste voorstellingen, in die tijd vooral van religieuze aard, effect sorteren. Hoe belangrijk het afbeeldingssysteem is, volgt uit de noodzaak te weten wie er wordt afgebeeld en het Bijbelse verhaal achter de voorstelling te kennen.<br><br>Zoals de kunstwetenschappers Gombrich en Goodman schreven, is realisme geen kwestie van gelijkenis tussen de afbeelding en het afgebeelde, maar van overeenkomst tussen de afbeelding en de conventies om \u2013 in een bepaalde periode \u2013 werkelijkheid \u2018realistisch\u2019 weer te geven. De onderwerpskeuze evolueert met de tijd. Op Bijbelse en mythologische taferelen volgt de verheerlijking van de macht, in republikeinse landen bloeien de genrestukken met gewone burgers en neemt de aandacht toe voor het (weliswaar symbolisch geladen) stilleven. Pas in de 16<sup>e<\/sup> eeuw krijgt het landschap waarde op zichzelf en pas vanaf de 19<sup>e<\/sup> eeuw zijn schijnbaar banale delen van een interieur (Menzel, \u2018De balkonkamer\u2019) of gewone mensen in hun werkomgeving (Courbet, \u2018De korenwansters\u2019) het waard om het thema van een schilderij te worden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Er staan in dat opzicht revelerende reproducties in dit boek. Als frontispice tegenover het hoofdstuk \u2018De stuwkracht van de industrie\u2019 publiceert Bell de oudste bekende foto: \u2018Uitzicht uit de werkkamer in Le Gras\u2019 (1826) van Nic\u00e9phore Ni\u00e9pce. Naar huidige normen een onscherpe foto, een schim- en schaduwspel waarop slechts met moeite gebouwen en een landschap te herkennen vallen \u2013 even meen je zelfs, misvormd door de eeuwenlange traditie van antropocentrische beelden, een man op een balkon te ontwaren. De camera had toen acht uur belichtingstijd nodig om met licht de plaat tin te etsen, waarvan de afdruk is gemaakt. <br><br>Hier heb je, buiten elke ambitie van kunst om, nu eens echt een \u2018venster op de werkelijkheid\u2019. En dan blijkt hoe leeg dat \u2018realisme\u2019 is. \u201cIn de gespikkelde structuur van Ni\u00e9pces plaat lijk je op te vangen hoe materie en materie geesteloos tegen elkaar mompelen, zonder symbolische betekenis. De oppervlakte die voor je ligt heeft een stugge, resistente dichtheid.\u201d <br><br>Vreemd: wat in de vroege fotografie nog een technisch gebrek was (de korreligheid van de materie, die afbreuk doet aan de herkenbaarheid van het beeld) zal in de schilderkunst vanaf het modernisme juist het middel voor vernieuwing worden. Van de losse verftoetsen van de impressionisten, over de pasteuze verfstreken van Van Gogh tot het op zijn kop staande, eerste abstracte schilderij van Kandinsky \u2018waarop geen herkenbaar voorwerp was afgebeeld\u2019. Kunst wordt verlost van de verplichting een uiterlijke werkelijkheid weer te geven, wat niet betekent dat ze de band met de realiteit heeft verloren. <br><br>Die beperkt zich immers ook in de wetenschap en in het aanvoelen van mensen niet tot het uitwendig zichtbare, maar kent snelheid en beweging (Balla, Duchamp), krachtvelden (Pollock, Dubuffet), spiritualiteit (Kandinsky, Mondriaan, Rothko), angst en fantasie (Munch, Mir\u00f3), drift en agressie (Soutine, Bacon). Juist vanuit de 20<sup>e<\/sup>-eeuwse en hedendaagse kunst met hun <em>anything goes<\/em> wordt het gemakkelijker om de vroegere en niet-westerse vormen van kunst, waar Bell ruim aandacht aan besteedt, te begrijpen. <br><br>Te beginnen met de schilderingen van neushoorns en paarden in de grot van Chauvet (Zuid-Frankrijk, ca. 28.000 v.Chr.) \u201cDeze schilders konden zich met hun ogen en hun gevoel in de energie van dieren inleven! Zoals Picasso zei toen hij in 1940 Lascaux bezocht: \u2018We hebben niets geleerd.\u2019 Grafische kunstgrepen zoals fluctuerende lijndiktes die aangeven dat de neushoorn zich voorwaarts stoot, sluiten rechtstreeks aan bij de moderne verbeelding. Aangebrachte schaduwen modelleren de lichamen, alsof deze stilisten, net als anderen in het klassieke Griekenland of in de dertiende eeuw in Itali\u00eb, reli\u00ebfs wilden imiteren. Er is zelfs een spoor van een soort perspectief te zien in de draaiende koppen en poten die elkaar gedeeltelijk overlappen.\u201d <br><br>Ook toen waren beelden een weliswaar nog sjamanistisch maar daarom niet minder \u2018cognitief\u2019 instrument om vat te krijgen op de wereld en te weten hoe men zich erin overeind diende te houden. Het is een voordeel van Bells benadering dat hij zijn betoog ophangt aan de meer dan 350 illustraties (grotendeels in kleur), die hij in een bijschrift dikwijls gevat commentarieert. Hij is er zich doorlopend van bewust dat we iedere definitie van kunst en beschaving uiteindelijk \u2018met onze eigen waarden beladen\u2019. Het verband dat hij legt tussen de kunstproductie en haar maatschappelijk-economische ontstaansachtergrond, behoedt hem voor overijlde recuperaties of bevooroordeelde afwijzingen. <br><br>Zijn inlevingsvermogen laat hem wel een keer in de steek. Op het beroemde Egyptische reli\u00ebf van Bek, waarop Achnaton, zijn vrouw Nefertiti en drie van hun dochters zijn verzameld onder de weldadige stralen van de zonnegod Aton,\u00a0 reageert hij met onbegrip: \u201cIk krijg er de kriebels van. Het is alsof je de Britse koninklijke familie ziet verschijnen in een televisiespel voor bekende personen [\u2026] Ik neem aan dat een nog niet gedoofd vonkje koningsgezindheid in mij, dat wil dat koningen echte koningen zijn, van streek raakt door de erbarmelijke, beschamende, suikerzoete sentimentaliteit van het paneel.\u201d <br><br>Voor hetzelfde geld zou je echter de hi\u00ebratische, symmetrische compositie van dit sierlijke diepe reli\u00ebf kunnen bewonderen, de warme honinggele kleur van de steen en het samengaan van conventionele strengheid met levendige details als het kindje dat aan moeders oor trekt. Bij de sterk idealiserende beschilderde kalkstenen buste van Nefertiti commentarieert hij: \u201cIk zeg, om eerlijk te zijn, niet alleen tegen mijzelf: \u2018H\u00e9t is beeldschoon\u2019, ik zeg ook tegen mijzelf \u2018Z\u00edj is beeldschoon\u2019.\u201d Zo diepgeworteld is de idee van kunst als verheffende illusie.<br><br>Terloops schrijft Bell ergens \u201cIk zou willen pleiten voor desori\u00ebntatie\u201d. Dat doet hij zeker door vaak binnen eenzelfde hoofdstuk over te schakelen van westerse naar Afrikaanse, Aziatische, Latijns-Amerikaanse of Oceanische kunst. In de tekst lijken die overgangen soms wat geforceerd, maar als je de kunstwerken bekijkt, springen vaak verbluffende overeenkomsten in het oog. De \u2018Ungyo\u2019 van Jokei bijvoorbeeld, een houten beeld dat een boeddhistische tempel in Nara, de oude keizerlijke hoofdstad van Japan, moest beschermen (ca. 1203), heeft in zijn gespannen houding en hyperexpressieve mimiek heel wat gemeen met de hevige emoties die de figuren bij \u2018De bewening van Christus\u2019 (ca. 1463) van Nicoll\u00f2 dell\u2019Arca, een voorbeeld van de internationale Bourgondische stijl in de beeldhouwkunst die verder ging dan de ingetogenheid van de Italiaanse middeleeuwse kunst, die gedeeltelijk nog door de Byzantijnse onbewogenheid was be\u00efnvloed.<br><br>Revelerend is ook de vergelijking tussen de christelijke hooggotiek van de Sainte-Chapelle en de facettenkoepel van het grafmonument van Zumurrud Khatun in Bagdad (ca. 1220). Of het contrast tussen de al vroeg zelfstandige landschappen in de Chinese en Japanse kunst, waarin de mens een te verwaarlozen entiteit vormt, en de late opkomst van het landschap in de Europese kunst, eerst als achtergrond op religieuze taferelen en pas in de 16<sup>e<\/sup> eeuw een eigen genre. <br><br>Haast nog meer dan door het van begin tot eind lezen van de compacte tekst, zorgt het heen en weer bladeren en kijken naar de illustraties voor inzichtgevende confrontaties: de schetsmatige opbouw van een landschap bij Shitao (\u2018Man in een huis op de berg\u2019, ca. 1700) doet denken aan het functionele gebruik van het bladwit bij de vroeg-expressionistische Egon Schiele. De Iraanse schildering in olieverf van een \u2018Acrobate\u2019 (Ahmed, 1815) met een lappendeken van kleuren dat eerder decoratief is dan figuratief aan soortgelijke moza\u00efekachtige figuurcomposities van Gustav Klimt. <br><br>Een recent, met zijn schaarse verfstreken meditatief schilderij van de Koreaan Lee U-fan (\u2018Met winden\u2019, 1990) herinnert aan het in Europese ogen al heel moderne \u2018Zes kaki\u2019s\u2019 van de Chinees Mu Qi (ca. 1250), minimale penseelstreken in de geest van het Zenboeddhisme. Soms slaat de door Bell gemaakte vergelijking echter als een tang op een varken, bv. wanneer hij het Keulse Gero-crucifix (ca. 975) met zijn schokkende uitdrukkingskracht via de schakel van contemporaine erotische tempelfriezen in India aan een bronzen Shiva-beeld linkt.<br><br>Opmerkelijk bij het lezen van een kunstgeschiedenis: de neiging om een kunstwerk los van zijn tijd te bekijken \u2013 en het app\u00e8l dat ervan uit gaat volop op je in te laten werken \u2013 haalt het van de historische en maatschappelijke, soms ook biografische, verankering waar Bell nochtans zijn uiterste best voor doet. Uiteraard wordt hij hier gehinderd door de noodzakelijke beknoptheid bij een werk dat vele millennia en talrijke continenten en landen wil overzien. <br><br>Vooral in de latere eeuwen lukt het hem aardig de invloed van het historische kader op de kunst bloot te leggen, o.m. de stabilisering van het hof van Versailles in de 17<sup>e<\/sup> eeuw en het vogelvluchtperspectief bij de schilder Pierre Patel. \u201cDe waardige strengheid van de Franse schilder- en beeldhouwkunst in de zeventiende eeuw kwam overeen met een nadruk op ratio en orde in de Franse literatuur van diezelfde tijd.\u201d<br><br>Soms wordt die verwevenheid tussen kunst en tijdperk als in een brandpunt aangetoond aan de hand van \u00e9\u00e9n kunstwerk, waarin alle lijnen samenkomen: het ruiterstandbeeld \u2018Peter de Grote\u2019 (1766-1778) in Sint-Petersburg als icoon van de Verlichting. Niet altijd, en heel terecht, gaat Bell uit van een 1:1-verhouding tussen kunst en maatschappij. De reactie op de industrialisatie in Groot-Brittanni\u00eb in de 19<sup>e<\/sup> eeuw is er bij de pre-rafa\u00eblitische schilders \u2013 hoewel ze voor hun verf de nieuwe koolteerpigmenten gebruiken die juist op de markt kwamen \u2013 een van regressie en moralisme. Voor hen moest de kunst de morele ontreddering die onvermijdelijk met de modernisering gepaard ging een halt toeroepen (\u2018Het geweten ontwaakt\u2019 van William Howald Hunt, 1853). <br><br>Wat de strijd tussen abstractie en figuratie in de kunst na de Tweede Wereldoorlog betreft, verwijst de auteur naar de toenmalige ideologische spanningen. De Verenigde Staten propageerden het idee dat abstractie voor \u2018vrijheid\u2019 stond, \u201cterwijl Rusland, Amerika\u2019s rivaal in de Koude Oorlog, de handen van zijn kunstenaars bond met een op het verleden gerichte eis tot figuratie.\u201d<br><br>Afgezien van de heldere chronologie (die achteraan wordt ondersteund door een uitgebreide tijdbalk), de originele en inzicht bevorderende keuze en nevenschikking van reproducties en de persoonlijke maar in een stevige bronnenlijst gefundeerde uitstalling van feitenmateriaal en interpretaties, prikkelt <em>Spiegel van de wereld <\/em>de lezer door frisse karakteriseringen en formuleringen. Over Titiaan bv. zegt hij: \u201cHij legde zich toe op zijn onderwerp als een goed minnaar, die weet wanneer hij fel moet zijn en wanneer gevoelig.\u201d\u00a0 Of hij wijst bij een van de super-objectieve portretten van de hedendaagse fotograaf Thomas Ruff (1990) op de parallel met het Duitsland van na de terreurbestrijding, waarbij het individu belandde \u201cin een niemandsland met bewakingscamera\u2019s dat zich nu uitstrekt over de hele westerse wereld\u201d.\u00a0 <br><br>Bij iets zo vertrouwds als een kunstgeschiedenis is het een prestatie dat Bell je het gevoel bezorgt waaraan Picasso uiting gaf toen hij met \u2018primitief\u2019 Afrikaans beeldhouwwerk werd geconfronteerd: \u201cik geloof dat alles onbekend is!\u201d<br><br>Julian Bell, <em>Spiegel van de wereld. De geschiedenis van de beeldende kunst<\/em>. Athenaeum\u2013Polak &amp; Van Gennep, Amsterdam 2008. 496 p., \u20ac 49,95<br><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In zijn steeds weer herziene en door vele generaties bestudeerde kunstgeschiedenis Eeuwige schoonheid mijmert E.H. Gombrich aan het slot: \u201cis het niet die voortdurende noodzaak van herziening, die het bestuderen van het verleden zo opwindend maakt?\u201d Misschien is het niet toevallig dat het geen academisch kunsthistoricus is, maar een schilder en academieleraar, Julian Bell, die [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":true,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[19,13],"tags":[85,10],"class_list":["post-255","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-kunstgeschiedenis","category-wereldkunst-kunstgeschiedenis-naslagwerk","tag-kunstgeschiedenis","tag-wereldkunst"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/255","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=255"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/255\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":257,"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/255\/revisions\/257"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=255"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=255"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/blog.erikdesmedt.eu\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=255"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}