Bart Lodewijks: Sligo Drawings

Al vijftien jaar brengt Bart Lodewijks (1972), gewapend met waterpas en krijt, geometrische tekeningen aan op gevels, muurtjes en straten – van Antwerpen en Gent tot in Glasgow en Rio. Van 2012 tot 2015 werkte hij in drie periodes in het stadje Sligo aan de noordwestelijke Ierse kust. Sligo Drawings documenteert in korte maar spitse teksten (tweetalig Nederlands/Engels) en kleurenfoto’s waar en hoe elk werk is ontstaan.
Lodewijks hecht veel belang aan de interactie met de omgeving, zowel ruimtelijk als menselijk. Hij vertelt pretentieloos hoe mensen hem op zijn werk aanspreken, wat ze hem over de buurt toevertrouwen, meedelen over hun zorgen, angsten en kleine geluk. Soms heeft het veel voeten in de aarde voor hij de toestemming krijgt om op hun tuinmuur of gevel te tekenen. Soms is het vertrouwen zo groot dat hij binnenskamers een wand- of plafondtekening mag maken.
Het is wonderlijk hoe de onthechte en geometrische tekeningen – meestal evenwijdige dikkere en fijnere lijnen, op wisselende afstand en in veranderende richting – inwerken op hun vaak ‘banale’ omgeving. Ze tillen de doodgewone realiteit op, geven een saai tweedimensionaal vlak diepte, herstellen iets in eer. Een afgebrokkeld kademuurtje wordt, weliswaar alleen voor het oog en slechts vanuit één standpunt, door de tekening op de muur erachter gerepareerd. Langs een troosteloze kade verschijnt in zigzaglijnen een modernistische stoel op een muur. Op een van de stenen van een megalithisch graf suggereert een segment van een boog een ingangspoort.
De kunstenaar spreekt zich tegen de buurtbewoners en ook tegen de lezer niet uit over de betekenis. Wel geeft hij soms hun interpretatie weer. ‘De tekening doet de kinderen denken aan Minecraft, een computerspel’, zegt een voorbijganger. ‘”Het lijkt op de doodskist van mijn opa”, zegt een wijsneus. “U breidt alsmaar uit, dat is bij Minecraft ook zo”, zegt een jochie enthousiast.’
Het belangrijkste lijkt het tekenen zelf en vooral dat het niet afgeschermd gebeurt. Juist dat lokt reacties en contact met de buurt uit. Achterdocht wijkt voor vertrouwen, onverschilligheid wordt belangstelling. Misschien is de vergelijking iets te zwaarwichtig, maar wat de historische avant-garde voor ogen stond – het overwinnen van de scheidslijn tussen kunst en leven – dat lijkt Lodewijks moeiteloos te lukken. Technisch is krijttekenen echter lang niet gemakkelijk. De ondergrond is vaak weerbarstig, oneffenheden bemoeilijken het trekken van rechte lijnen, krijt verpulvert snel tot stof en zeker is dat de tekeningen buiten na enkele regenbuien verdwijnen.
Die vluchtigheid geeft extra waarde aan het creatieproces ter plekke en uiteraard aan de foto’s die ervan gemaakt worden, sommige gelukkig ook vanuit verschillende gezichtshoeken. Op zijn minst doen de krijttekeningen als dagdromen hun omgeving stralen, wijzen ze in het deprimerend alledaagse op andere mogelijkheden. Op hun best, onder meer in de slottekening die los van de context op het omslag is afgebeeld en blijkens de laatste foto bij een voormalig openluchtzwembad is aangebracht dat uitloopt in zee (Rosses Point, Dead Man’s Point), lijken het magische sporen, nagelaten door iets groots dat alweer uit het zicht is verdwenen.
Bart Lodewijks, Sligo Drawings, Roma Publications, Amsterdam, 2016, 120 p., € 22, ISBN 9789491843549